Wanneer iemand meerdere medicijnen gebruikt, kan het gebeuren dat die medicijnen invloed op elkaar hebben. Dit noemen we een geneesmiddelinteractie. Soms merk je daar niets van, maar in andere gevallen kan een medicijn juist minder goed werken of kan de kans op bijwerkingen toenemen.
Een belangrijk systeem dat hierbij een rol speelt, is het CYP450-systeem.
De lever als verwerkingsfabriek
Veel medicijnen worden in het lichaam afgebroken door de lever. Je kunt de lever zien als een soort verwerkingsfabriek. In die fabriek werken verschillende enzymen, waaronder de CYP450-enzymen.
Deze enzymen helpen om medicijnen af te breken, zodat het lichaam ze uiteindelijk kan verwerken en uitscheiden. Bekende CYP-enzymen zijn bijvoorbeeld CYP3A4, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en CYP1A2.
Maar sommige medicijnen, kruidenmiddelen of voedingsmiddelen kunnen deze enzymen beïnvloeden. Dan kan de hoeveelheid medicijn in het bloed veranderen.
Inductoren: de verlagers
Een inductor zorgt ervoor dat bepaalde CYP-enzymen actiever worden. De lever gaat het medicijn dan sneller afbreken.
Het gevolg kan zijn dat de hoeveelheid medicijn in het bloed daalt. Daardoor kan het medicijn minder goed werken.
Daarom kun je inductoren onthouden als: inductoren zijn verlagers.
Voorbeelden van bekende inductoren zijn rifampicine, carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en sint-janskruid. Ook oxcarbazepine kan enzymen stimuleren, maar dit effect is meestal minder sterk.
Vooral sint-janskruid is belangrijk om te noemen, omdat mensen dit soms zelf kopen als natuurlijk middel. Maar natuurlijk betekent niet automatisch veilig in combinatie met medicijnen.
Remmers: de versterkers
Een remmer doet juist het tegenovergestelde. Een remmer zorgt ervoor dat bepaalde CYP-enzymen minder actief worden. Medicijnen worden dan langzamer afgebroken.
Het gevolg kan zijn dat de hoeveelheid medicijn in het bloed stijgt. Hierdoor kan het effect sterker worden, maar ook de kans op bijwerkingen of toxiciteit toenemen.
Daarom kun je remmers onthouden als: remmers zijn versterkers.
Voorbeelden van bekende remmers zijn onder andere grapefruitsap, bepaalde antibiotica en antischimmelmiddelen, en sommige hart-, hiv- en afweeronderdrukkende medicijnen. Welke combinatie echt belangrijk is, verschilt per medicijn. Laat dit daarom altijd controleren door de apotheek.
Waarom is dit belangrijk?
Niet elke interactie is meteen gevaarlijk. Soms is er alleen extra controle nodig. In andere gevallen moet de dosering worden aangepast of wordt er gekozen voor een ander medicijn.
Het risico hangt af van verschillende factoren, zoals:
Bij sommige medicijnen luistert de dosering extra nauw. Denk bijvoorbeeld aan bloedverdunners, bepaalde middelen tegen epilepsie, sommige hartmedicatie en afweeronderdrukkende medicatie. Een kleine verandering in de bloedspiegel kan dan al belangrijk zijn.
Stop nooit zomaar zelf
Gebruik je meerdere medicijnen, start je met een nieuw middel of gebruik je kruidenmiddelen zoals sint-janskruid? Meld dit dan altijd bij je apotheek of arts.
Stop nooit op eigen initiatief met medicijnen en verander de dosering niet zonder overleg met arts of apotheker.
De apotheek controleert op mogelijke interacties wanneer een medicijn wordt voorgeschreven, opgehaald of wanneer er een product in de apotheek wordt gekocht. Zo kan worden beoordeeld of de combinatie veilig is of dat er extra advies nodig is.
In het kort
Inductoren verhogen de enzymactiviteit → medicijnen worden sneller afgebroken → lagere geneesmiddelspiegels → mogelijk minder effect.
Remmers verlagen de enzymactiviteit → medicijnen worden langzamer afgebroken → hogere geneesmiddelspiegels → mogelijk meer bijwerkingen.











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.